Wapengekets (tzing tzing) alleen zwaarden, vreemd filharmonisch cadans, niemand schiet alles van nabij overzicht verliezend, vijandend ogend, nabij, het witsel kijkt van me af immers, struikelend over loopgraven niet geschikt voor schuilzin slecht siersel want dat hoorde er bij, ze lagen er al, ooit gegraven om 't beeld, net als de schilden (schuilzin) met mooie wapens in fijn detail, knap lijnenwerk, maar nu eerst maar eens leren wijken, wie verwachtte het echte werk, wapengekets, nog niet geraakt want ik weiger te buigen, daar rekenen ze op, wie is de vijand, ik heb nooit geweten wie is wie en waarvoor dan welles nietes welles, wilde slechts een beetje twijfelen en wilde weten niet te kunnen kennen en waar hoor ik, bij wie wil ik wie bestrijden, naakt, nakend als een mens kan zijn, voor de spiegel jezelf niet zien dan
De loopgraafin dansstruikelen ze overmij, dansend, ze zijn nietdiepgenoeg gegravennog watgravennog en danerin
Raven, gieren en cirkels maar dan hoger ik kan ook gewoon naar ze toe lopen, overgeven maar dan niet aan de vijand ik zie hen nergens, meteen een stap verder gewoon even doorlopen niet kijken of wachten of twijfel of buigen maar vluchtstrijden dat is wat ik moet wil doen, moedwil, wist ik maar waar, was de twijfel hier niet weg, de belofte was dat, niet voldaan, wacht, wat laat ik nu volgen, bepaal ik nu consequenties? doorkliefd vlees kermend om verlossing dus bondgenoten afslachtend mijn weg zoeken is dat mijn taak? romp van hoofd scheidend die zal nooit meer dansen doldwaas was dat, jammer, vijanden laten lijden is ook zo wat zo zal ik toch niet zijn, opschieten nu door gaan als gaan kan zijn zijn als zijn kan gaan, het voelt zo, nietsslaap geen stoel meer heel geen rust in zicht zelfs de gieren zijn te ver om op te hopen, bloedbad met klontjes zoals de oude melk verwarmd voor de koffie slierten vel luie koffie comfortabele koffie, nog een glaasje verwijfwijn? koffie om achterover te hangen te praten over alles laat niets achter, sommige drinken de vellen onverschillig mee, strijden in redestijd? of gaan we naar het grote café voor zacht bier en kijken naar mooie mensen (vrouwen liever) en lelijk denken waarom dat weten, wijn is goed voor de spijsvertering als je eet, eet je mee? ik heb toch genoeg gemaakt teveel voor mij maar krijg het wel op hoor voel je niet schuldig doe wat je wilt, kan je dat? fijnzijn is dat, gelukkigstrijd, zo klinkt dat wel een beetje, te veel vellen uit de koffie afvegend aan broekspijpen niet meer representatief daardoor, waar zijn de servetjes handen wassen en aan tafel, denken tijdens de strijd op het slachtersveld moordend hopen op overleven van wie, het vlees scheiden
Zelfs hier zijn pauzes merk ik als een bel gaat komen de brooddoosjes boven, rompen als tafels, hoofden om onverschillig mee te spelen, gezellig kletsen met die losse hoofden hun lijven dansen niet meer gelukkig, gelukkig dat ziet er toch ook niet uit zo zonder hoofd, ga liggen jij jij bent dood pief paf poef, eet ik mee? zullen we van de glijbaan afgaan? zwemmen mag nog niet zo vlak na het eten namelijk had ook nog stiekem gesnoept vooraf foei ondeugend dat vinden ze wel leuk maar het moet wel leuk blijven niet te hard tijdens het sparren met houten zwaarden, maak me nu niet boos, haha wat een grapjas deugniet doerak doerak kattenkwaad het is slechts een spelletje mevrouw we bedoelde geen kwaad, nee dat wisten we echt niet, sorry we zijn nog maar kinderen mevrouw, belletje trekken hadden we niet moeten doen, de strijd barst weer los met volle magen, dikbuikige zwaarden snijden de lucht en het vlees, slappe schilden, nooit gemaakt voor klappen, dat moet pijn doen maar ik maak het wel af hoor, nog steeds niet geraakt jippie driewerf hoera en een rondedans op een been voor een snoepje ze lachen die sterke stoere strijders lachend moorden lachend om mijn fratsen zo ongepast nu, maar een nar is altijd welkom als ze nu maar geen handstand willen ben ik straks nog mijn benen kwijt
Ik miste al iets, niemand is boos de agressie blijft achterwege, thuis, waar woont die eigenlijk, oh vlak hierbij nee nooit geweten goh, slechts een strijden wapengekets en tegelijkertijd kijken ze om, ze kunnen niet weg nu dat weten ze, de geschoren weg alles is kaal daar, dat zou toch juist makkelijk begaan moeten zijn doch kansen ontnomen door stapels hoofdelozelijven en hoofden vol bloed en doorkliefdvlees smekend om verlossing, waarom het helen opgegeven vraag ik immer weer als mijn zwaard het hoofd scheidt van lijf lieflijf en rondbuik waarden achteloos weggeworpen door wie, sorteren lijkt me grappig nu wrede kunst levert dat en dat omwille van het mooi de troost en het voortgankelijk denkproces, evolutie van entropie die moest ook maar eens verder, het is niet eerlijk als niet iedereen vooruitgankelijkheidsdrang voelt en dan maar stil gaat staan, geeft je een gevoel van dat je alleen bent eenzaam, wetten blijken te star voor het levendelijvevoortgangsdenken niet vooruit dat hoeft immers niet, oordeel niet te licht laat zinken zoals de lijven in elkaar zakken inelkaaropgaan en vervloeientot een landschap als je maar went aan het idee, toeristen komen pas kijken als alles weg is niets meer te zien, voelen rest maar kunnen we dat werkelijk of slechts een vermoeden dat we weten, zijn het weer wetten, als niets toch eens zou weggaan nu moet alles wederkeren, hoe sterker ik wordt hoe groter de cirkel? niet denken nu kan fataal worden
Rokkensnoep
1
Pijn zich voegend naar zijn van mijn zijn naar die van mij de pijn, zich voedend met die van mij de pijn welke kant ook hier loslatend uit gripgreep (Powergrip of Powergirl is dat een puppy?) apport of attack wie zal het zeggen, gripgreep grijpt tot het laatste draadje nathouden dan breekt die niet, pappen was dat, ook bij de paap, maar daar krijg je er bloemen voor
Zal de pup alleen zitten en pootjes geven doodliggen dansen hoepels af voor koekjes uit rokzakken van dames in het park rokken moeders ze zullen me niet interesseren, alleen de jongedames maar die dragen geen koekjes soms wel rokken hun borsten mooi vaak, de pup geeft daar niet om, geen koekjessnoepen rokkendwalen koekjesrokken dan dwalen blijven lijven borsten buik en leden wat mooi immer, immers lijven in rokken, soms mooi die borsten van jonge dames soms kijk ik daarnaar soms daarna ze na, zoet is niet goed voor een mens apport of attack eerst leren met snoep of met straf, lijven borsten buik en leden lijden lijven ingelijfd uitgeleefd, de blik geil maar afwijzend wat snap je dan nog, dan pas koekjessnoepen proevenborsten buik en ledenlijf rokkendwalend, de wind als die met rokken speelt, het is snoep of straf, de strafmaat bepaald de vrouwen in het park met borsten koekjesrokken dan maar dwalen, zelfs ik ruik de koek nu wegwezen nu hier vandaan mijn moeder zei al zoiets over het park
Moeders rokken die waren toch anders
Verlangen verlagen tot begeerder de ander die ik niet wilde kunnen kennen de ander niet ik, verlaagt (jaloezie jaloezie) mij tot miezerig onderschepsel kruipsel worm zich voedend met aarde zand vol verlangen onbeantwoord met garantie die ik zelf geef, mag ik de verlaging weerstaan? jaloezie niet iemand te kunnen zijn die ik niet kan kennen borsten om te zien de huid eromheen is wat ik begeer de kracht door huid losgelaten verloren in haar onverschilligheid en doortastend gaan raap ik op en ik geef niets terug dan moeten ze maar opletten ik neem alles mee voor later en en en om de gaten van daarvoor te vullen, het verleden blijft veranderlijk namelijk, hiaten ontstaan en ik vul ze met willekeurige propsels van verlankelijkheid roodgekleurd om ze later te herkennen, moet daar eens goed voor gaan zitten, rokken waaien weg als het stormt de pup vind de koekjes en ik de pathos ongericht graaiend naar verloren krachten en rode prosels, wie het meeste vind heeft gewonnen
We hebben allebei liever het vlees dat is voedzamer, wist ik veel
2
Rozengeurend achterbaks licht niet van maan maand maar jaren of langer, een Argosdutje geroken eraan (stonk niet eens echt heel erg) een beetje slaap overhouden sparen voor later nu alle wagens wagonnen slapen straten paden lanen vrijgegeven aan dolend denken dansende dwazen dwepende doeners zijn dienders voor toezicht en orde voor de nodige angst, noodzaak ging het daar niet ook eens over, zou goed kunnen, wel nodig noodzaak orde netjes werken en eenduidigheid entropie lijkt dat wel (haha ik heb mijn kortingkaart gehouden de dienders doen mij niets), achterbakse rozengeurende waterstralen altijd van boven als trouwe supporters hooligans zo trouw (eindelijk! trouw, je kan er op rekenen, hoe gek dat ook is) zij vechten nog zij aan zij aan de zijlijn, ook nergens voor maar ze vechten en wie kan dat nog zeggen? als laatste strijders aan de geenzijde, onbedoelde nutteloze nephelden en de doorgewinterde overbodig dolende slagvelden waar zijn die vandaag? loopgegraven in de straten paden op lanen in stegen doorgeloopgraafd met pijn de pijn van de stad van mij in ontvangst genomen en omhelst als verachtte vriend lang uit zicht maar welkom verwacht, is alles nu weer goed mijn lief? tederheid, tederend teren op heden waar vinden we dat ook al weer, ik vergeet het steeds mijn lief, liefhebbenlieflijfblijflief
Kreten onder de huid je kan het niet horen toch, kreten aan mij, denken aan mij, nieuwe straten maken bouwen over gebouwen heen niets mag kan zal in de weg staan alles wijkt altijd tunnels sluiten zich achter mij bruggen zijn niet nodig meer het meer nu zo droog als ijs doch water is wat verlangt wordt, stromen in kleurige richtingen willoos meegaan dromen kiezen niet te kiezen weg met de angst altijd mee met wat aandient, de pup zou het wel weten soms even ruiken maar snel weer mee welke kant is niet van belang zonder de angst, kreten aan mij om niet te horen daar onder de huid, zij konden er toch niets aan doen, wel? beschermen omdat krankzinnige kroonprinsen ook worden verstoten dat heb ik nooit geweten weet ik nu, heb ik geleerd ja (haha), zie je dat de dansende dwazen (pom pom pom de prins lijkt het wel maar langzamer maar strijden sparren sparen voor later en noodzaak voor de entropie, doodt die?) en dat op slechts een been slaven van de lege straten paden verbannen zonder dwang of drang maar moeten bewegen voortgaan naar verder het hoeft niet vooruit te zijn da's onnodig
Verhouden verhouding en verhoutsel snippers en spaanders krullen in drie kleuren tricolore en relaties tussen die allen, zelfontleerzaamheid daar moeten we heen voort voortgang vooruitgang verder zeg ik je mijn liefhebbenlieflijfblijfliefmijnlieflijf rokkenkoekjes snoepdames maar dan jonger zegt het voort en voorts aan mij maar dan per ongelukkig ongeluk och ongelijk en o soldaat nu, had ik bijgetekend dan? daar weet ik nergens meer van mijn liefblijflief, maand of jaren? en vrouwen en rokken met koekjes in het park met pup en proefdwalen dolende dansende dienders en niets verder kan het zien, waarom dat is ook nergens voor nodig, verhouden verhoudsels verhoutsels spaanders en krullen heb ik gespaard houdresten ik zal ze nog bewaren voor later je weet maar nooit vooruitzicht voorzichtig voortgezegd, misschien niet goed of juist fout genoeg, vooruit dan maar voortuitzichtig
De tijdtrap traptijd grapjas grapjurk graprok die je daar bent, denk je nog dat er wat te lachen valt buiten de klok, de grapjas grapjurk graprokken met de snoepjes de pup proeft eraan maar laat niets over jongerokken snoepparadijs de paap zou het wel weten, jongensrokken draagt hij, dwalend koekjes vinden en nooit zeker van die borsten, de grapjurk denkt teveel, da's niet 't probleem, eerder zijn zegen zeggen is het niet het is eerder gezegd eerlijk waar hoorde je dat dan? maak dat je wegscheert ik wil je niet meer zien of kijk ik gewoon niet slecht genoeg, wat zei de grapjurk of snoeprok nu weer heb ik gehoord komt alles nu goed mijn lieflijfblijfmijnlieflieflijfmijnmin? spitten in spijt wankele woorden levert dat, wat ligt er op de lever, vergeeld van het gal? vergaltvergeten te vergeten verguld galgenmaal dat ik gemist heb, ik kwam te laat in mijn cel ik was even een ommetje maken met de pup in het park poortjes en hekken eromheen ik raak altijd de uitgang kwijt het duurt dan even dat weet je toch en de bal-attack of apport en ballistiek de evenwichtsbalk hebben ze daar gezet, vreemd ja vond ik ook
3
Lijf en leden buik onder de rokken, de navel erboven op de mooist gewelvvvde ronding, indien perfect dat wel begeerde welvvving welgevallen gevang, lijfleden en benen kunnen dansen, nog mooier zijn ze nog gewoon, ze zijn aanwezig geheid als aantrekking zo niet dan kunnen ze nog altijd de aantrekking beantwoorden! buik met navel litteken van voor het echte zijn, gevoed door moeders keuzes het eerste groeien maakt dat, gevoelde huid nooit aangeraakt de geilheid lust en mooi kijken ze zien niets liever groeien de voorgang vooruitgaand op sommige punten zou die te stoppen moeten zijn althans niet meer vooruit gaan staande voortgang zodat het lijf de geilheid en lust kan blijven herbergen waar die zich thuisvoelen verlangen naar de cel heen en weer verder kom je niet daarbinnen niet verder alles is goed, geef mij de luiedondersstoel leerstoel voor stilstaande stilgaande maar niet vooruit alles kapot, eerst het ledenlijf het rokkenkoekjesdwalen en toen de stoel, lijfledenbuik onder de rokkenbenen ook deels hoe minder hoe beter, blijven verlagen verlangen tot aanbidder lust geilheid alleen de aanraking daar mag het bij blijven maar meer wordt gewild meer wordt verwacht en rokkendwalen koekjeslijf en ledenlijd onder de rokken snoeprokken om te leren, apport of attack? pootje geven kan ook geil zijn maar dat lijf van de jonge dames de mooie damesborsten om naar na te kijken soms lijken ze zelfs te leven als ze maar gedragen worden die borsten om te zien borsten om te begeren borsten om te voeden voelen navels die moeten niet weg mogen blijven maar wel een rare verstoring, hoe zou Eva zijn geweest? verliefde blikken zonder betekenis (zie ik ze wel?) en dat alles in het park de tuin van de stad maar iedereen zit binnen en dat met dit mooie weer als wagens waken over de nieuwe paden ze beproevend en betekenisvol grommend, ha ze hebben spijt van hun slaap mijn strijd in het geheugen vers nog niet rijp, zuur, nu de rust van het luie genot van de koekjesrokken lijven die pijn verbergen vergeten en vergeven een mank geheugen kreupel voortgaand geeft dat leven en lust aan het park zelfs de bomen zijn geil, wie beklom ze niet voor het uitzicht voorzichtig te hoog voor de menselijke maat gedreven door de lust tot stijgen vliegen berg boom en de mooie jonge dames hoe laag zakken de snoeprokken op zo'n dag, we zullen afwachten
Het verwachten, altijd zwanger van gebeuren, stop nu de klepel maar als in een park en nooit als in een klok of op een berg
Gedachten ingegeven door vooruitgangkelijkheid uit jongejeugd geërfd uit lange historie dat wat geschiedde en dat wat niet gespaard bleef van veranderdrang, de endeldarm van vooruitgang de willoze afhankelijke doelloosgeheiddeverkeerdewegingaande (als wagens slapen paden verdwijnend maken) vooruitgangkelijkheid die mij hier bracht en nu moet de voortgangkelijkheid mij hier houden hier in park maar kan dan alleen niet meer huilen en dat moet tweemaal daags daar heb ik een doktersrecept voor, en biechten twee maal daags voor het huilen als er strijd is anders is er niets te winnen eeuwige gelukzaligheid, loopgravendprojectielontwijkendgedrag soms anders maar alle zeilen bij gesteld en laten waaien liefst met zon dan worden we weer bruin liefst met storm voor het naakte vlees, er is ook een vijver hier met zwanen als groteske drakendie verslagen willen worden en koekjesrokkendwalenborstennalopen als sirenes mooi naakt lust buik bergenbuik berkengeur navelgeil ik kom je redden mijn liefblijfliefblijfmijnblijfmin,de pup wil toch alleen maar koekjes om te leren maar straf werkt beter de harde hand erin houden dat eeft pup liever maar weet dat net, houdt moed en moedig straffen of dragen, wat is het weer simpel maar waarom geen wegen ertussen had ik die niet gemaakt zijn ze weer weg tunnels weer gesloten ik heb ze misschien wel vaker nodig weten ze dat niet?
De pup kan verwarring velen als ze er onder kan staan, het is de natuur daar strijd je niet zomaar tegen een soort respect blijf je houden, ik vlij mij neder nat gas door water wat van mij druipt zo droog ik natuurlijk nooit, zou ik weer mogen dromen (nat dromen in nat gras nat van mij) houd moed mijn liefgeliefdeliefhebbenblijflieflijf suikergoed snoepjesrokken dames in park, soms moet je verstoren er zit niks anders op, terug winnen is dat andere verhaal eigenlijk veel mooier met hoop en goed en gesloten einde ik moet me daar ooit eens aan herinneren maar dat vergeet ik steeds, rokkensnoep borstennat in het park teveel te oud dat park, als ik nu eens wegging buiten het park wordt alles jonger namenlijk alles wat kan rennen lijkt daar te zijn of slaapt thuis zal ik daar maar naast gaan liggen? loslippig gaat dat dan weer de ronde (zou je willen he) en dan mag ik straks het park niet meer in nooit meer koekjesrokken ik zou ze gaan missen het dwalen kan overal maar eerst de pup redden nu niet dralen nu de queeste in volle gang zetten en dwazend dansen razende dienders orde in rokkensnoep borstenschoon en grasnat
4
Een vertraging heult met vijandige troepenmachten, dwaler en strijder tegelijkertijd, kan dat? vertraagd rennen is anders dan dralen, de verschillen aanzienlijk en afzichtelijk ik zal er niet naar kijken kan het niet aanzien, neervlijen naast de slapenden is het alternatief naast mooie lijven zonder rokkensnoep, de borsten van slapende vrouwen zijn toch anders dat houdt wakker zonder de rust te ontvangen verstrengelde ledematen ik zal er aardig voor zijn dat beloof ik, pup wil niet mee het park is pupparadijs
Poortwachters wachten maar zijn niet in zicht, zo kan ik de poort toch nooit vinden en de pup moet mee en de pup kan niet over de hekken klimmen en dragen wordt niet op prijs gesteld door de pup dat mocht niet meer weet ik nog, alles zelf niet denken voor de ander die ik toch niet wilde kunnen leren kennen maar meende te weten te kunnen kennen en dat mag niet meer nu nu op weg hieruit, verplaatsen naar een andere plaats en dan weer naar een andere plaats zo moeten we er kunnen komen voortgankelijke verplaatsingen hoge verwachtingen van de veronderstelling maar niet teveel vooruit te gaan, laat ik het hek in zicht houden en blijven verplaatsen van een plaats naar een andere plaats steeds weer voort niet vooruit de richting doet er nu niet toe, aarzelingen achterwege angsten uitgesloten rokken negerend, dit verplaatsen is anders dan dwalen overtuig ik me voor zover je kan verwachten dat overtuiging nu kan en weer verplaatsen ooit zou het moeten eindigen als wachters in zicht zijn als verwachting het wachten ziet kan het echte gaan gaan beginnen met zijn, het echte zijn beginnen met gaan
5
"machtverdrietpijn, machtverdrietpijn!", roept pup uit volle borst als er al een poos geen koekjesrokken te zien zijn zenuwachtig van al dat ge-ren om pup heen vertrouwen verliezend maar blijven volgen koppig zonder wil dwalend rustig blijven tussen het gejaag vertraagde gang in stand houdend blikken negerend behalve die van de jonge dames strakke broeken zonder plaats voor snoep kleine tassen met te weinig bagage leeggerend, pup roept zijn tekort dat wordt niet op prijs gesteld hier, weet pup veel, een sta in de weg en houdt me op als ik mee wil rennen overal iets te ruiken meer borstenschoon hier maar durf niets te zien het zijn niet mijn paden waarover we gaan, het leeft zeggen ze maar waarom denk ik beter te weten als ik weet dat weten weinig helpt, zwanen verslagen koekjesrokkendwalenborstennalopen weerstaan de evenwichtsbalk links laten liggen en pathos verzameld de pup een volle buik maar nooit genoeg voor hem en rennen rest, "verder, verder" roept iemand op de hoek van de straat, "goed zo ga zo door", "haal hem in, je kan het, dat weet je zelf, geloof in jezelf", iedere straathoek heeft zo zijn zelfcoatch rengoerroe blijheilige "ben jezelf", en dan kan ik niets anders meer dan lachen, pup en ik rollen over de straat, luid buikschuddend hartontluchtend keelsmerend lachen van harte en gemeend en al snel wordt het gaanpad iets verlegd een wijde boog om ons heen gelukkig was daar ruimte voor maar nu is alles verpest bij het borstenschoonbroekerennenkoekloosmooi ze zien me niet meer staan jammer de hunkering blijft en pup vermaakt zich wel, "machtverdrietpijn, machtverdrietpijn", "verder ga zo door, je kan het", "hahaha, jezelf, jezelf", maar het rennen overstemd alles langzaam wordt het weer stiller een kwestie van niet horen zelfs de cadans van het ge-ren kan stilte brengen jammer dat je hier nergens mag zitten behalve op bankjes maar niet huilen daar wat zou er gebeuren als ik mijn medicijn niet neem?
Dwalend mij herinnerend dat ik daar mee bezig was kom ik en pup aan bij de grootte deuren druk plein wrede dienders zien mij weer niet daarvoor ga ik te langzaam en mijn lachen is verstomd gesmoord door mij die mee wil rennen maar niet mag zo heeft ie toch nog wat je moet jezelf tevreden zien te houden kost wat kost, deuren beslagen met lood levergif vergalgeelde machtige strijders uit ver verleden zij stierven voor ons ge-ren het kunnen rennen het moeten rennen maar ook wij willen strijders zijn en iedereen komt iedere dag even kijken om niet te vergeten wie ze zijn, sommigen komen zelfs twee keer per dag de wrede dienders deurwachters leiden alles in banen kijk niet te lang er zijn meer die het lood nodig hebben lood om te rennen steeds sterker, blijven zitten nu heel langzaam blijven zitten en pup roept naar de dienders "weg, weg, machtverdrietpijn, weg" hij mag dat het zijn niet zijn strijders, lange haren en gruwelijke wapens beschermd tegen iedere vorm van pijn strijd verdriet pijn opgepoetst koper afgebeeld in gal strenge moedige gezichten mooie mensen met grote ronde spieren en zelfverzekerde houdingen klaar om te sterven en te winnen zij die verliezen worden niet gebeeld, langzaam trekt een stoet van iedereen voorbij langzaam maar de cadans blijft, een ander langzaam is het zoals mijn zitten maar hun langzaam gaat is nog steeds snel, hoe doen ze dat? strengwachters blijheiligen moedigstrijders broekenzondersnoep loze ornamenten van borstenschoon, lodenlijf galgoerroes en mooistrijd altijd leuk om naar te kijken loopgraven vol bloed en vlees geen plaats meer om te schuilen alles weg, de toeristen zijn toch anders, blijgeheiligd zelfgemaakt grasgedroogd kreetgesmoord lachvergaan de paap wordt hier peup een snoeppeup dat ziet pup wel zitten en ik blijf een beetje giegelen "grasgedroogd"
Dienders wisselen wacht om zelf de strijders te gaan zien en met toeters en praal juicht iedereen "laat voorgaan vooruit aan de kant", gejoel en even uit de pas cadans verstoord wie wil dat niet maar snel stil nu de nieuwe dienders zijn wakker en sterk cadans cadans ze kijken streng goodwill pas dus maar op, pup is rustig bevreesd als we de deur doorgaan, hij zat niet eens op slot zwaar piepgekras de scharnieren enorm de gang muren bekleed met oude schone praal gestorven kleuren ook gestreden maar ook gewonnen, de kleuren waren eens de beelden geweest de beelden gevormd welvvvingen de rennende stilstaand als in het park maar ontkleed voor hun naaktheid kwetsbare maar onbevreesde trotse oude ogen kijken naar achter mij het zullen die andere welvvvingen zijn rijen lang strijders jongedames borsten mooi zonderrokken ledennaakt navelloos ongeboren zo oud, stilte na de storm het vlees vrij en pup volgt als altijd trouw hoop heeft hij niet nodig, vurige benen gerechte knieën wanhopig gestrekt om te kunnen staan, lonkende armen die niet omhelzen kunnen maar ze doen hun best dat is al heel wat voor het hunkervlees en rokloossnoep, gangen kamers leeg alleen het kleurloos nakende vlees lonkend en trots van angst badend in zweet het is warm maar er is water overal grasnat en taaie fontijnen fraai zonder vorm te zijn en zonder zijn is ook het nakend vlees verstild en verschoten nutteloos opgehangen in doelloze gangen, gaan hier kun je voort zinloos gaan zoals gaan zou moeten zijn binnen het ultieme binnenzijn meer binnen als in huis of als in klok geschoond door grasnat omsloten door het gebrek aan kleur zonder schoonheid te zijn verloren mooivlees zoals alleen geenvlees mooivlees kan zijn, gaan binnengaan penetreren in vormloosheid slechts zien, voortgang gestopt strijd gestreden gestorven kleuren gewonnen
Ook hier zijn mensen nu om de vuren te laten branden voeden met arbeid en versteende werken blijven bouwen want het vuur eet alsmaar door, gebroken werken door doorgaan dus sparen zit er niet in hier, gaan alsmaar dieper langs kale zuilen en hoge balustrades met lange rijen werkers door doorgaan, achteloos genegeerde brokstukken gevallen van hoge gangen ze hebben geen tijd om ze te rapen, brokken vormloosheid en pup speelt er even mee maar ik durf er niet mee te gooien en bang om het werken te verstoren wordt mijn gaan langzamer maar de werkers vertragen ook en de vuren luwen en ik besluit mijn gang weer te versnellen en te rennen, "vergalt, vergalt!" hoor ik dan roepen drukker drukker wordt het binnengaan en het bouwen concentreerd zich hier verhevigd bij het gaan, langs de zuilen zie ik weer de deuren de binnenkant is niet versierd waarom ook, werkers hakken de werken in stukken plaats makend voor nieuw brokken sjouwen ze rond om nieuw mee te bouwen door doorgaan hoe sterker het vuur hoe groter de cirkel
Buiten blijkt het toch beter het kille rennen koelt me af de felle kleuren in mijn ogen doen me pijn, een pijn zich voedend aan die van mij
dal 2
Nonhoop nonmacht nodeloos leiden eenzaam contactloos vrijbaan voor begijpvrij geen plaats voor mooilijf rokkensnoep verspilt aandachttrekkende lozekracht liegtrots ziekbloed kleurenblind door geelzicht haatlust verdeellot en boosloos liefdeszucht lijflust met kruipdrang luchtloze waterval doodzicht andermansdrukte zelfverspilling of tijdontplooiing liefdesverdriet hartgruis en zielblaar denktermijn voeldrang verveelzin wilskracht machteloze valtrots hartplaats op de geheugenbank zit ik nu exzijn liefdeloos geen plaats voor mooilijf rokkensnoep verspilt veelwil lijdzaam woelweg spartelplicht traagtijd heelloos mag ik nu weer verliefd worden neezeggers zijn tijdnemers alleenzijnders eigenheimers christenzijn poeslief nutteloosheid van pijn en een loflied voor het zwakzijn trotsweg een circusact met letterlust doch moetenloos doch moetennood fijnzijn kansloos door laftrut met groeistuip geduldpijn begripval winwil en toch mist zij mij ook rokkensnoep verspilt ijssmid wachtenzat de laftrut is vechtloos en strijdbeu vertrouwen verloren kracht vergeten angstblaar zwakzijn en ik mag niet bang zijn en zie dus terugtocht nieuwhoop vergissing luchtkasteel pijnzijn doodzucht mijn verdiende loon haarleed denkkracht sterkzijn is wat ze wil maar kan nu niet ik heb rokkensnoep verspilt geen plaats voor krachttrotszelfzijn bedelstrafkruipheilige spartelangsthoopspook pijnziek maar zij pijnbang zij wel keuzeplaats eenzijn mijnmin totaalverlies en nu taalplicht met halfzijn hartbreuk ongelijkheidspraat ongelijkheidszindoordrijfdrang koppigkeuzezelfkiezen samenzijn alleenkunde ongelijkheidsstrijdverlies wapenverloren afgepakt en weggegeven eerlijkzijn tegen pijnleider hoopstraf heelmeester wondvocht gemakskeuze zielsverlies begripsgenoot samenspan wil jij water? ruilen tegen lucht kasteelmuur tredeloos stilstand tijdpijn in liefdesnood kreupelgang leeggelopen krachtverloren woordplicht letterdwang zonder plek voor mooilijf samenzijn knuffelrots naderlippen tijdvertraagd voelborst geilbuik leeflust lustleven noch seks louter zwijgvriend vraagloos reactieangst actievraag doodstraf roodhaar groetmij blijpup brengtbal veinzlach door vriendennood ze zijn pijnpraatmoe dus halfpraat en itemontwijkagenten in trage panserbusjes verlichtgemaakt en zij stapt gewoon in lafbus nepstoer praatloos zelfvlucht een queeste voor leegrust voor denkloos heeft u niet liever volrust als u mocht kiezen lezerlief snoeppijn met vervanglief of wetenzeer met zijnblij
Blijpup krijgt een koekje van het tankmeisje bruinhuid ze praat tegen mij borstenmooi en zwoelstem weggelopen en park in blijpup wil meersnoep maar geen plaats voor mooilijf bruinhuid jammerdan
leegte
Langzaam beweegt de man zonder te weten vanuit welke positie naar welke andere positie. een beweging dat is genoeg op het moment welke beweging en waarom die beweging zijn vragen die onbeantwoord kunnen blijven want de beweging is het enige wat er op dat moment is. een beweging van een zekere positie naar een positie die anders is als de positie die was voor de beweging. hier had de man al lang naar uit gezien nodig geacht en moeizaam verwacht maar toch bijna een klein wonder. naast de leegte van in de man was nog een verwachting overgebleven maar een die de leegte niet direct verstoorde. deze verwachting had niets te maken gehad met vulling van de leegte deze verwachting was er een die naast de leegte een bestaan leidt altijd als is het een deel van het bestaan die de leegte is maar anders. deze verwachting ligt elders als in de ruimte die de leegte inneemt zonder gevuld te zijn. verwachting als een ruimte die anders toch loos zou blijven maar ongebruikt en onopvallend er in het geheel niet is omdat het verwachten geen ruimte kan verwachten want anders ruimte voor zichzelf verwacht waardoor de verwachting zou zijn en niet verwacht kan worden. het simpelweg zijn van leegte ook als de leegte er niet is want dan zou die gevuld zijn en geen leegte meer en een andere plek innemend namelijk een aanwijsbare. zoals een leegte niet geacht wordt zichzelf te kunnen vullen zo werd de man geacht te bewegen en verwachtte de man de beweging van een zekere positie aar een andere positie. het uitzien naar de beweging had de leegte kunnen verstoren als het net zo was dat het uitzien een manier gevonden had om dit niet te doen door geacht te worden en het achten is nu eenmaal dicht tegen de verwachting aangekropen ooit bijna samengesmolten lang voordat er sprake was van ruimte en een ruimte die ingenomen wordt door leegte. ondanks dat dat verleden nu valt in de ruimte die ingenomen wordt door de leegte en dus niet is en nooit geweest kan zijn blijven de effecten van wat was en die zich bevonden buiten die ruimte omdat ze geen ruimte verwachten en het verwachten zich dus bevind buiten de ruimte van de leegte. nu kan de ruimte die de leegte inneemt blijven zijn en geheel leeg zijn. een bijna intiem samengaan en onder deze omstandigheden dus gelijk opgaand en het niet zonder elkaar kunnen veroorzaken dat als de een gaat de ander moet volgen en ze kunnen gaan zonder te bewegen want hebben de beweging slechts geacht en verwacht zonder een ruimte dus en dus gaan zonder beweging. een andere beweging als die de man maakt want net van een positie naar een andere positie die anders is als de positie die was maar een beweging van puur gaan. een immer aanwezig gaan zonder verwacht te worden omdat dat niet nodig is als het gaan altijd voortduurt en als gaan net wordt verwacht kan de beweging achterwege blijven. de leegte van de man blijft daardoor intact tijdens het bewegen en na de beweging als de positie die anders is als de positie die was is ingenomen ondanks de verwachting die eveneens is kunnen blijven bestaan ondanks de beweging. een andere beweging een van de nu bestaande positie in weer een andere positie kan dus ieder moment plaats gaan vinden zelfs nu maar ook veel later en wordt verwacht geacht ooit te zijn maar meer dan verwachting en het achten kan niet zijn en zelfs iets wat zou kunnen lijken op een dans zou kunnen gaan ontstaan zonder de leegte te verstoren want zonder een dans te zijn. de leegte niet in staat zichzelf te vullen en dus niet verwacht te verdwijnen. het verwachten te verdwijnen zou zich daarvoor in de ruimte die de leegte inneemt moeten bevinden en dus ruimte innemen en zijn dus niet verwacht en in de ruimte die de leegte inneemt geheel niet zou kunnen zijn want dan leegte zou zijn of leegte verbannen. verwarring veroorzaakt dat niet de verwachting veelt geen verwarring dichtbij en verbant de verwarring daarom ook naar de ruimte die de leegte inneemt want elders als in de ruimte die het zelf niet hoeft in te nemen en dus zal de verwarring niet kunnen bestaan. ook geen conflict als het achten wel verwarring wil laten voelen de verbanning van de verwarring door de verwachting naar de leegte is een direct proces wat niets met zijn en dus tijd heeft te maken en de verwarring is direct en onopgemerkt verdwenen zoals iets wat nooit heeft bestaan. het achten heeft dat niet op kunnen merken. de verwarring kan alleen geacht worden te zijn als de verwarring voldoet aan de verwachtingen maar dit voldoen zou de verwarring maken tot iets wat zou zijn wat in een leegte niet mogelijk is.
Als de leegte niet was zou de man dankbaar zijn voor het ontbreken van de verwarring maar dit zal de man niet doen omdat zijn beweging van de ene positie naar de andere positie dan opgemerkt zou zijn geweest en meer dus als verwacht. en de verwarring zou dan kunnen gaan leiden naar dezelfde beweging maar dan bewust en mogelijk zelfs bewust terug naar de positie die was voordat de beweging plaatsvond. alles zou dan onopgemerkt voorbij zijn gegaan en er zou niets gebeurd zijn op het moment dat de man de positie die was voordat de beweging plaatsvond weer ingenomen had en dat moment zou dan hetzelfde moment zijn als die waarop nu de beweging van een zekere positie naar een andere positie begon waardoor het opmerken niet geweest was maar dan ook geen beweging.
Toch kan de beweging van die zekere positie naar die andere positie ook opgemerkt worden als de opmerkzaamheid zich niet zou hebben bevonden in de ruimte die de leegte inneemt maar die mogelijkheid als die had kunnen zijn kan genoeg zijn.
thuis 1
De man was daar niet wist dat hij een thuis had maar kon het bestaan ervan niet meer vinden. soms was hij er wel maar het besef van er zijn was dan niet altijd aanwezig en het vertrekken was een gevolg van het niet volledig voelen van zijn eigen aanwezigheid in zijn eigen thuis. het was ooit de eerste keer geweest dat hij het gevoel van thuis had leren voelen zijn thuis maar had dat nu pas gezien nu hij het thuis niet meer kon vinden in zijn thuis. geen plek meer kon vinden voor hem. vroeger was het er rustig de man alleen in zijn eigen thuis maar hoe langer hij er was geweest hoe drukker het werd. beelden en herinneringen gingen meer en meer de toch al niet te grote ruimte vullen en hoewel soms zijn stoel vrij was nam hij er op een gegeven moment geen plaats meer in. de man kon toch ng heel goed dwalen in zijn thuis hoe klein het soms ook was. dwalen op de smalle paden vrij van de beelden paden tussen plekjes zonder herinneringen steeds spaarzamer en kleiner. als zijn hospita zijn eten voor zijn deur zette iets wat ze was gaan toen ze schijnbaar zag dat er verder geen plek was nuttigde hij vanaf zijn drempel. de plek tussen uit en thuis zou daar nu ook eten staan nu de man niet meer in zijn thuis kwam slechts soms.
wanhopige ondernemingen om door het aanbrengen van veranderingen weer eigen plekken te creëren hadden uiteindelijk geleid tot een chaos waarin alle voor de man beschikbare plek ingenomen werd door nutteloze spullen in lange onverwachte conversaties verwikkeld met de beelden of met de herinneringen soms met beide naar gelang waar het over ging boeiend vaak. de spullen stoelen bed en tafel doordringden zichzelf met de beelden en de herinneringen het verleden was niet meer weg te poetsen. de verschillen tussen de spullen en de beelden of de herinneringen werden overbrugd en weggenomen in discussies en met concessies. zijn pogingen hadden uiteindelijk geleid tot zijn eigen overbodigheid. het thuis van de man had hem niet meer nodig om het thuis van de man te kunnen zijn. dwalend in een krimpende ruimte was de man steeds minder vaak in het thuis van de man en de drempel over dwalend gaf nieuwe ruimte daar was meer plek voor de man en voor de beelden en de herinneringen. buiten het thuis kon het vullen het achterlaten van beelden met minder verlies aan thuisruimte maar niet thuis thuis wat hij ooit voor de eerste keer had leren voelen meer plekken buiten maar minder thuis te groot om een thuis te kunnen vinden hoewel de mogelijkheid tot het erkennen van thuis er groter was dan in het thuis van de man waar daar niet genoeg ruimte meer voor was.
|